dinsdag 10 september 2013

Syrië, of de strijd om mannelijkheid...

Een mooie column van Ton van der Kroon. Ontwaken tot een ander perspectief. Verhelderend... enjoy!

Rondom de Arabische Revolutie en specifiek de oorlog in Syrië zijn vele mensen op zoek naar zingeving: Wat gebeurt er nu werkelijk? Waarom is dit gaande? Wat hebben wij hier mee te maken? En Wat moeten we doen? Zelfs Obama, breekt zich het hoofd en twijfelt. De wereld kijkt ondertussen machteloos toe, de slachtingen nemen groteskere vormen aan en de hoeveelheid vluchtelingen groeit met de dag.

Sommigen analisten proberen de situatie te beschrijven in termen van een politiek krachtenspel tussen Rusland, China, de VS en de Arabische landen. Anderen vertalen de onlusten in termen van religie of stammenstrijd; Soennieten, Sjiieten en Alawieten. Daartussen door speelt dan nog de strijd tussen de koerden en de turken, tussen Iran en Israel, tussen het Egyptische leger, de Islamitische broederschap en de revolutionairen, tussen de Palesrtijnen en de Israelieten, tussen de Islam en het Westen. Anderen zien in de Arabische revoluties een bewijs voor een groot complot van Amerika om de macht over te nemen in het midden Oosten. Ik lees met zekere regelmaat diverse samenzwerings theorieen over plannen van Amerika om Syrie binnen te vallen, net zoals ze Irak zijn binnengevallen. En ongetwijfeld zijn er vele andere manieren om naar de situatie te kijken.


Ik zelf vind het prettig en interessant om de gebeurtenissen in het Midden Oosten te beschouwen in termen van mannelijkheid en vrouwelijkheid. Het geeft me inzicht en inspiratie over wat er nodig is in de complexiteit. Ik zie de Arabische revolutie, die vooral door jongeren via Social media in gang is gezet, als een groot verzet tegen een oude, mannelijke en patriarchale manier van denken en handelen. Assad, Moubarak, Ghadaffi, Netanyahu en Erdogan vertegenwoordigen een oud manbeeld; de autoritaire vader die met de vuist op tafel slaat, en er niet voor terugdeinst om geweld te gebruiken, het volk onderdrukt, en het vrouwelijke negeert of domineert. Daar sluit de Islam naadloos bij aan: een godsdienst die uitermate patriarchaal is, en zich kenmerkt door de dominantie van mannen, de volgzaamheid en achterstelling van gesluierde vrouwen en een ontkenning van individualiteit, gevoelens en een innerlijk beleefde spiritualiteit. 


Kortom: de oude wereld. Het is niet vreemd dat een hele jonge generatie, die is opgevoed met internet, Facebook en mobieltjes, er meer dan genoeg van heeft. Ze kennen de onderdrukking, de manipulatie en corruptie, van een systeem waarbij het mannelijke en vrouwelijke totaal uit balans zijn geraakt. De ultieme mannelijke vervorming uit zich in het bouwen van muren en veroveren van het land van de buren (Israel), een Jhihadistsiche strijd in naam van God (Hamas, Hezbollah, Taliban, El Qaida) of het uitmoorden van de eigen bevolking, inclusief het gebruik van chemische wapens tegen kinderen en burgers (Sadam Hoessein, Assad). Deze laatste machthebber lijkt met zijn wat muppet-achtige gezicht de verpersoonlijking van het kwaad te worden, maar in wezen is het een man zonder ruggengraat die het werk wat zijn vader nog eens dunnetjes overdoet. Een zoon die de weg kwijt is en uit alle macht probeert zijn mannelijkheid te tonen.

Aan de Westerse kant zagen we precies het zelfde gebeuren bij Bush junior. Diens vader had Saddam uit Koeweit verdreven maar zag geen aanleiding om de Irakese dictator ten val te brengen. Bush junior wilde het werk afmaken, maar vanuit totaal verkeerde motieven. Hij viel Irak binnen uit wraak voor 9/11. Aangezien hij Osama bin Laden niet te pakken kreeg in Afghanistan koelde hij zijn woede op Irak, dat ten slotte tot dezelfde as van het Kwaad behoorde. Daarmee werd een land oneigenlijk binnen gevallen, met verzonnen bewijzen over massavernietigingswapens, en werd een cultuur en een volk verwoest. Het zal generaties duren voor Irak weer van de grond komt na de desastreuze inval van Amerika. Opnieuw zien we hier een leider die probeert zijn mannelijkheid en macht te tonen op een onvolwassen manier, uit contact met de rest van de wereld, zoals de VN, dat in zekere zin het vrouwelijke element van verbinding vertegenwoordigt.

In deze faliekante mislukking en de afgrijselijke gevolgen ervan liggen de wortels van de diepe angst en boosheid van de Islamitische volken ten opzichte van het Westen. Net als met de kruistochten, waarbij Europa de Arabische cultuur onder de voet liep door zeven plundertochten - in naam van God – naar Jeruzalem te ondernemen, zien de Arabische volkeren met angst en beven de komst van Amerikaanse legers tegemoet.


Maar
Syrië is geen Irak en Obama is geen Bush. Ten onrechte wordt de situatie van Irak vergeleken met een mogelijke inval in Syrië. Ten eerste vroeg het Iraakse volk niet om een interventie, in tegenstelling tot het Syrische volk, dat al drie jaar in alle toonaarden vergeefs smeekt om hulp van buitenaf. Een van de grote verwijten van veel Syriers is dat de wereld ze in de steek heeft gelaten. De situatie doet enigszins denken aan een drenkeling die in de gracht is gevallen en verdrinkt terwijl tientallen omstanders toekijken zonder iets te doen. We staan erbij en kijken ernaar; letterlijk, want we kunnen alles volgen via het nieuws.
Ten tweede is het motief om in te grijpen zeer verschillend. Met de dramatische erfenis van Bush van de oorlog in Afghanistan en Irak in gedachten is Obama niet zeer enthousiast om opnieuw het voortouw te nemen in een buitenlandse oorlog. Daarnaast is hij er de man niet naar. We zien hier een beeld van mannelijkheid nieuwe stijl; het is dan ook niet verwonderlijk dat hij juist wel om raad en steun vraagt bij het congres en bij bondgenoten. De oude man lost alles alleen op, de nieuwe man gaat eerst verbinding aan; met zijn vrouw, met het volk, met bondgenoten en desnoods met de vijand. Dat zijn in dit geval de Republikeinen, maar ook met de Islamitische volken. Hij weet dat een eenzijdig optreden het kwaad alleen maar verergert.

Daarentegen; niet optreden is ook geen optie en zou louter een teken van machteloosheid en lafheid zijn; oftewel; een falende mannelijkheid die geen verantwoordelijkheid neemt als het er op aan komt. Hier heeft Nederland een lange geschiedenis in. Bij Srebrenica hadden we de taak om een moslim enclave te beschremen en lieten het verschrikkelijk afweten. We kozen het hazenpad, met kadootjes van de vijand, een aai over de bol van de minister van Defensie, en vervolgens een jarenlang trauma. Onze naiviteit en gemankeerde mannelijkheid speelde ons parten. Na dertig geschonden bestanden wisten we dat Mladic geen lieverdje was en tot alles in staat was. Maar we bleven praten, naief geloven in een redelijke oplossing terwijl we hadden moeten ingrijpen. Als een samenleving teveel gefeminiseerd is, kunnen we alleen nog maar praten en debatteren, en zijn we onmachtig om te handelen of op te treden. Zaken zijn dan al snel ‘te complex’, of ‘te ver van ons bed.’ We raken verstrikt in de eindeloze gangen van de geest. 


Een van de redenen die meespeelden in Srebrenica, en zelden benoemd is omdat het te pijnlijk voor woorden is, was het feit dat we Moslims moesten beschermen, waar we van nature niet veel mee op hebben. Waren het Belgen geweest dan was de situatie heel anders verlopen. Ons beeld van Moslims komt voornamelijk voort uit eeuwenlang vijanddenken en ‘wat de boer niet kent dat vret-ie niet.’ Hun cultuur is ons wezensvreemd, met hun boerka’s, koran en heilige oorlog. Gek genoeg ligt-ie toch dichterbij dan we denken, ook al zijn we daar niet blij mee. De Koran en de bijbel verschillen niet essentieel van elkaar en ook wij kenden onze heilige oorlogen en onderdrukking van de vrouw.

Ons lafhartige optreden in Srebrenica had ook nog een andere reden. Ook hier speelde de herinnering aan vorige oorlogen ons parten; we wilden als man niet meer de geweldenaar zijn, de dader, zoals in Nederlands Indië, of zoals de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog. Het was lange tijd fout om man of mannelijk te zijn. We wilden liever praten en voelen. Maar soms zijn er momenten in het leven dat praten niet werkt en dat je moet optreden: manmoedig, heldhaftig en vastberaden. Ouderwetse, mannelijke, woorden die in ons vocabulaire niet meer voorkomen. We zijn teveel beschadigd in onze mannelijkheid en daardoor is een krachteloosheid en futloosheid ontstaan. We zijn beschaafd en geciviliseerd geworden, maar missen daadkracht en vitaliteit. We durven niet meer, kunnen niet meer en kijken liever naar andere landen om de hete kastanjes uit het vuur te halen.

Zowel door de oude patriarchale en dominante mannelijkheid, als door de te softe, niet handelende en krachteloze mannelijkheid heeft de vrouw, en het vrouwelijke in het algemeen, te lijden. Kwetsbaarheid, schoonheid, liefde en bezieling heeft bescherming en steun nodig. Dat is traditioneel de rol van de man geweest, maar door de grove overwaardering en vervorming van het mannelijke element in onze maatschappij heeft de man zijn positie verloren. Gevolg: hele culturen wankelen op hun laatste benen, aan de ene kant door hebzucht en corruptie (denk aan de banken, beleggers en beurzen in de westerse wereld), aan de andere kant door geweld en fanatisme (denk aan de uitwassen van de Islam).

De uitkomst van deze patstelling is de zoektocht naar een gezonde, integere, zowel kwetsbare als krachtige mannelijkheid. Een man die durft te gaan staan, die de waarheid onder ogen durft te zien, ook als deze pijnlijk is of pijnlijke gevolgen in zich draagt, maar die tevens in verbinding is met de ziel, de muze, het vrouwelijke. Een man die zich openstelt voor de wijsheid van het hart, en voor intuitieve ingevingen en emoties. Daarvoor zal hij eerst diep in zichzelf gekeken moeten hebben, om de valse motieven en egoistische, nationalistische of angstige gedachten uit te bannen, alvorens te spreken of te handelen. Leiders als Nelson Mandela of de Dalai Lama zijn er goede voorbeelden van. Het is dan ook een wonderlijk toeval dat in deze tijd Mandela op sterven ligt. Ook hij was een strijder, die eerst vocht vanuit woede en onmacht, maar na zeventien jaar opsluiting alsnog de strijd tegen apartheid won door door het overwinnen van zijn eigen ego.

Zowel de Arabische als de Europese financiele crisis is een uitdaging aan de man om zijn werkelijke plaats weer in te nemen; niet als boeman of dictator noch als softie of lafaard, maar als man die zijn hart op de goede plaats heeft, die verbonden is met de hemel en met de aarde: die visie heeft en tegelijkertijd krachtig geworteld is in de hedendaagse wereld.

In de tweede wereldoorlog was het Winston Churchill die eigenhandig een halt toeriep aan het optreden van Hitler. Europa dreigde volledig ten prooi te vallen aan de duistere praktijken van het Nazisme. Na 18 maanden schoten de Verengide Staten hem te hulp, en met gezamenlijke krachten wisten ze Europa te bevrijden van het kwaad.


Opnieuw is krachtdadig optreden vereist, dit keer voor een Islamitsch volk dat ver van ons bed staat. We moeten ons verbinden met de Islamitiche cultuur en onze eigen vervormde oordeel en vijanddenken over de Islam loslaten. Dan gaan we inzien dat de meeste moslims net zo ver af staan van extremistische en terroristische bewegingen als wij van neo-nazis of figuren als Anders Breivik in Noorwegen.
De filmpjes van vermoorde kinderen lijken hierin een sleutel te bieden: opeens zien we geen ‘moslims’ meer, maar gewoon kinderen. Op dat moment wordt ons hart geraakt en zien we de situatie in zijn ware perspectief. Hier is een dolgedraaide dictator die zijn eigen bevolking aan het uitmoorden is, met alle mogelijke middelen, ondersteund door zijn familie clan en door Iran en Rusland. Dit vraagt om optreden, maar wel gebalanceerd.
 

Ik denk dat er een oplossing mogelijk is door uitersten met elkaar te verbinden: zowel haviken als duiven hebben een stuk van de puzzel in handen. Onderhandelingen en gesprekken met zoveel mogelijk partijen zijn nodig naast gericht militair optreden, concrete hulpacties en een doordacht Marshallplan om Syrië er weer bovenop te helpen is even cruciaal als meditaties en innerlijke afstemming.

Toen ik ooit in
Syrië was ontmoette ik een man met zes kinderen, die net als ik een oud romeins amfitheater in Basra bezocht. We hadden het over de overeenkomsten tussen de Islam en het Christendom en hij vertelde het fascinerende verhaal van de Terugkeer van de Mahdi. Mahdi is de kleinzoon van Mohammed, en volgens de profetieën in de koran keert hij terug in de tijd van de apocalyps om te strijden tegen het kwaad. Hij doet dit echter aan de zijde van Christus, die volgens de profetie via een toren in de grote moskee in Damascus weer terugkeert op aarde. De Ka’ba zou zijn plek weer in Jeruzalem krijgen en de Moslims en Christenen zouden als broeders zij aan zij staan.
Wat mij betreft is het daar tijd voor.

Ton van der Kroon


Noot: ik ben geen fan van complottheorieen om twee redenen. Vaak bekijk ik de bron van dergelijke ideeen en ontdek dan tot mijn spijt dat het bewijsmateriaal meestal zeer dunnetjes en soms uitgesproken dubieus is, voortgekomen uit een algehele antipathie tegen hetzij Amerika, hetzij bedrijven of grote systemen. Ten tweede leiden samenzweringstheorieen, hoe spannend ze ook zijn, meestal tot een soort fanatisme, algehele argwaan en angst. Daardoor is een zekere relativering, humor, liefde of compassie ver te zoeken, en dat is nu juist nodig om uit het ‘systeem’ te komen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen